Oude wijn in nieuwe zakken of superieure wijnen in een nieuwe “blend”
Ik ben mijn oude voornamelijk fysieke boekenkast weer eens doorgelopen en heb geconstateerd dat er de afgelopen halve eeuw nog veel modellen om de dingen die we samen moeten doen in kaart te brengen nog als een huis overeind staan. In allerlei situaties in mijn leven kwam ik plaatjes tegen die waren bedoeld om modelmatig een versimpeling van de werkelijkheid te tonen.
Toen ik aan het begin van mijn werkzaam leven met mijn “koffertje” met modellen die ik vanuit mijn informatica opleiding had meegekregen aan de slag ging bleken dat er toch wel erg veel te zijn. Voor ieder aspect van bedrijfsvoering was en is nog steeds een heel scala van bruikbare modellen voorhanden. Zou er zoiets bestaan als één onderliggende manier om op eenduidige wijze al die aspecten op dezelfde manier uit te beelden? “Die manier bestaat niet” was steevast de conclusie van veel van mijn vakgenoten en collega’s. “Er bestaat geen eenduidige manier om de werkelijk tot uitdrukking te brengen. Want voor ieder aspect (SCOPAFIJTH?) en voor iedere context en verschillende culturen gebeurt dat op een andere manier”.
Maar methodisch gouden toch ontrafelt organisatie, als u begrijpt wat ik bedoel.
Niet?
Dat klopt, want er is geen logische structuur de zin in te ontdekken. En dat is wel waar ons brein kennelijk automatisch naar op zoek gaat als er iets wordt gezegd of geschreven. Het schijnt zo te zijn dat binnen bijna ieder taal in de wereld dezelfde structuur wordt gehanteerd om zinnen te formuleren en te interpreteren en dat dat misschien impliciet in de menselijke genen verankerd is.
Grootste gemene deler
Naar analogie daarvan had ik toch de hoop gevestigd op het bestaan een vaste onveranderbare patronen waarvan mensen binnen een organisatie gezamenlijk gebruik maken voor het delen van relevante beelden. Als dat zo zou zijn is de kunst om dat patroon (of die patronen) expliciet te maken om er vervolgens modellen mee te maken voor verschillende aspecten van de bedrijfsvoering. Maar wat zorgt er dan voor dat al die modellen binnen één organisatie aan elkaar kunnen worden gerelateerd? Want met het uitbeelden van die verschillende aspecten zijn er wel allerlei losse frasen ontstaan, maar waar is dan vanuit de bedoeling van de organisatie het hele verhaal?
Het eerste deel van de zoektocht leverde een soort grootste gemene deler op voor het structuren van processen met als belangrijkste principes onder andere de OER notatie uit de DEMO methodiek van Jan Dietz, het programma structuur diagram van Nassi en Shneiderman en het IGOE model. Het ei van Columbus voor het verbinden van verschillende bedrijfsaspecten was het Hamburgermodel uit de GARM methodiek van Jan Gielingh die daarmee de productopbouw in de wereld van de grote fysieke constructies uitbeeldde.
Opzet en stappen
Een eerste opzet ervoor heb ik in 2009 gepubliceerd in het digitale tijdschrift Via Nova Architectura. Het heette “Bedrijfsmodelleren vanuit producten en diensten”. Helaas blijkt het world wide web weinig duurzaam toegankelijk te zijn, dus is het artikel niet meer te vinden.
Inmiddels heb ik wat standaard sjablonen uitgewerkt die ik binnen het vakgebied hanteer om het mogelijk maken verschillende bedrijfsmodellen met elkaar te verbinden. Het meest krachtige model dat ik als startpunt aanbeveel blijft het Business Model Canvas. Het boek er over is geschreven Alexander Osterwalder en uitgegeven door Patrick van der Pijl. De weg van het Canvas loopt vervolgens met behulp van die grootste gemene deler via logische waardeketenvormen (van zand tot klant) en cyclische waardenstromen (van klant tot klant) naar bijvoorbeeld uitwerkingen in DEMO, Archimate, Mavim etcetera. Maar pas op “de methode doet het niet” zoals Jaap van Rees ons duidelijk heeft gemaakt, want het zijn mensen die een organisatie vorm geven. Bij belangstelling kom ik er graag op terug.